Nieuws

Nieuwsbrieven20202019 20182017     
 FebruariFebruariFebruariFebruari     
  MeiMeiMei     
  AugustusSeptemberAugustus     
  NovemberNovemberNovember     


dinsdag 11 februari 2020

Bij wijze van vooruitblik op DNM 7.1

Pieter Leenheer

Gewoonlijk vindt u op deze plek een Vooruitblik op de inhoud van het komende nummer van DNM. Dit keer pakken we het anders aan. Niet omdat de inhoud van het komende nummer er zich niet voor zou lenen; daarvoor is bijvoorbeeld het thema van het Focusdeel, Kansengelijkheid, te actueel en te belangrijk. De reden is een heel andere. Een van de artikelen in het magazinedeel van de komende DNM is ‘Er zal anders geleefd en geleerd worden’ van de hand van Marjolijn Voogel. Voogel beschrijft daarin een rondgang langs een aantal schoolleiders om te zien hoe ze omgaan met Curriculum.nu. Omdat we ervan uitgaan dat we in de komende periode wel vaker over curriculum.nu zullen schrijven, leek het ons ons goed het kader te schetsen waarin Voogels artikel en eventuele andere passen. Dat kostte zoveel ruimte dat de Vooruitblik eraan moest worden opgeofferd. Maar ach, zoiets moet kunnen.

Een curriculumherziening levert altijd gedoe. En daar is op zichzelf natuurlijk niks mis mee. Zo’n herziening raakt nu eenmaal de kern van het leraarschap en daarover lopen de meningen per definitie nogal uiteen. Aan de andere kant, niet alle gedoe is even zinvol. En dat geldt bijvoorbeeld voor de lopende discussies rondom de voorstellen van Curriculum.nu. Daarin zie je een inmiddels overbekend patroon: een deel van de docenten kan zich vinden in de voorstellen, een deel daarentegen allerminst en geeft dat ook luid en duidelijk te kennen in tweets, maar een zeer groot deel van de leraren had in de aanloop kennelijk wel wat anders aan het hoofd en reageert op zijn best verrast, maar in doorsnee negatief. Voor de ontwikkelteams moet dat alles een lelijke afknapper zijn. Ze hebben weliswaar niet alle leraren uit het funderend onderwijs persoonlijk geconsulteerd, maar de steekproef waartoe ze zich beperkten, lijkt behoorlijk representatief. Zo kregen ze via het net ruim 2700 reacties op tussenproducten en aan verreweg de meeste daarvan hadden meerdere personen of organisaties bijgedragen. Daarnaast waren er ruim 600 bijeenkomsten met scholen, vakverenigingen en maatschappelijke organisaties. Kortom, duizenden mensen waaronder veel leraren hadden ervan gehoord. Nu zou je in je naïviteit verwachten dat die het er wel eens met hun collega’s over gehad zouden hebben. Maar òf hebben ze dat niet gedaan òf die collega’s wilden niet luisteren. In zijn kabinetsreactie d.d. 9 december 2019 schrijft Slob op ietwat mismoedige toon, na geconstateerd te hebben dat de ontwikkelteams hun best hebben gedaan de reacties zo goed mogelijk te verwerken in de wetenschap dat niet iedereen hiermee tevreden zal zijn: ‘Lang niet alle leraren zijn echter betrokken geweest of al bekend met de voorstellen’. Al met al is deze hele gang van zaken een gemiste kans.

Onderwijsvisie
Didactiefonline publiceerde op 14 januari een brief van Gert Biesta over de voorstellen van Curriculum.nu. Biesta is bepaald niet volstrekt negatief over de voorstellen:

De voorstellen die door curriculum.nu zijn gepresenteerd, vormen niet alleen een belangrijke bijdrage aan de discussie over de toekomst van het Nederlandse onderwijs. Ze zijn ook een belangrijk moment in de Nederlandse onderwijsgeschiedenis. Niet eerder hebben zovelen uit het onderwijsveld systematisch en gecoördineerd nagedacht over de grondslagen van vakgebieden en onderwijsdomeinen, over uitdagingen en mogelijkheden, en over de boeiende en altijd weer complexe vertaalslag naar de onderwijspraktijk.

Alleen focussen de voorstellen, aldus Biesta, vooral op (vak)inhouden, terwijl de daaraan ten grondslag liggende visie op de doelen, op het waartoe van het curriculum, ontbreekt. Maar voor de discussie daarover vormen de voorstellen wel een prima startpunt. En daarin kunnen wij van DNM ons wel vinden. Nu zou je gezien artikel 23 misschien verwachten dat de voorstellen van curriculum.nu op alle scholen op tijdens – ik noem maar wat - een paar studiedagen door het hele team besproken zouden zijn en afgezet tegen de schoolvisie. Maar het leven is dus weer eens sterker dan de leer gebleken. Gewoonlijk komt er op verreweg de meeste scholen wegens bijvoorbeeld werkdruk en zo weinig van zo’n fundamentele discussie. Zo ook dus in dit geval.

Nu kun je het individuele leraren of vaksecties moeilijk aanrekenen dat ze niet naar het hele curriculum kijken. Zo zijn ze niet opgeleid en de praktijk verandert daar in de regel weinig aan. Voor schoolleiders ligt dat echter anders. De essentie van hun functie vereist immers juist die brede blik. Dat is echter voornamelijk schone theorie. In 2014 schreef Sietske Waslander in De Bermuda-driehoek van onderwijsleiderschap in Nederland dat hier in Nederland eigenlijk niemand zich erg druk maakt om het hart van het onderwijs, om curriculum en instructie: ‘schoolleiders houden zich liever bezig met administratie en vergaderingen dan met het primaire proces, terwijl 80% van de leraren slaafs een methode volgt, zonder verder diep na te denken’. Waslander baseerde zich daarbij nog op TALIS 2013, de Teaching and Learning International Survey van de OESO, maar in 2018 leverde TALIS min of meer hetzelfde beeld.

Onderzoek
Tegen die achtergrond vroegen we Kennisrotonde wat er eigenlijk bekend is aan onderzoek naar de rol van de schoolleider bij curriculumontwikkeling. Dat blijkt maar weinig. En dat dan terwijl schoolleiders, in een groot kwalitatief en kwantitatief onderzoek in Duitstalige landen, aangaven dat zij het implementeren van een curriculumherziening als meest stressvolle activiteit binnen hun werk ervaren. Maar dat ligt dan kennelijk anders voor de doorsnee Nederlandse schoolleider: die houdt zich (zie hierboven) daar nu eenmaal niet mee bezig.

Het volledige antwoord van de Kennisrotonde-medewerkers is te vinden op https://www.nro.nl/kennisrotondevragenopeenrij/effectieve-interventies-curriculumontwikkeling
Referentie: Kennisrotonde. (2020). Wat zijn effectieve interventies van schoolleiders om op hun school curriculumontwikkeling te bevorderen? (KR. 762) Den Haag: Kennisrotonde.

In het algemeen lijkt trouwens wat er dan wel bekend is over de rol van schoolleiders bij curriculumherziening, sterk op wat in het algemeen bekend is over hun rol bij de implementatie van innovaties:

  • Bij onvoldoende begeleiding van het veranderproces loopt een school het risico dat de verandering niet of slechts op papier plaatsvindt of dat men geleidelijk aan weer overgaat op de oude werkwijze. Een blijvende inbedding in de organisatie vindt dan niet plaats.
  • Ineffectief leiderschap, aldus een onderzoek in de VS dat gebruik maakte van interviews, vragenlijsten en lesobservaties, is het belangrijkste obstakel in het proces. Belemmerend leiderschap bestond uit onvoldoende betrokkenheid van schoolleiders gedurende het proces, onvoldoende focus van professionele ontwikkelingsactiviteiten op individueel - en team niveau, onvoldoende verantwoordelijkheid van leerkrachten voor de implementatie en onvoldoende inzicht van schoolleiders in leerlingresultaten om de curriculumontwikkeling gericht te kunnen sturen.
  • Wat wel helpt, is als schoolleiders voldoende tijd en middelen ter beschikking te stellen, prioriteit geven aan curriculumontwikkeling en beschikbaar te zijn gedurende het proces om vragen, zorgen of problemen rondom het proces te bespreken. Daarbij staat het natuurlijk buiten kijf dat het belangrijk is dat een schoolleider zelf de curriculumverandering omarmt.

In dit kader is evenwel het punt dat het vooralsnog niet om implementatie gaat, maar juist om de daaraan voorafgaande principiële gedachtenvorming binnen de school. In samenlevingen waar de overheid een sterke greep heeft op het curriculum, hoeven scholen daar niet erg diep over na te denken. Hooguit wanneer die overheid zoals die van Polen en Hongarije met name het geschiedenisonderwijs wil wijzigen. Maar dat ligt in een land als het onze wezenlijk anders. De vrijheid van onderwijs vergt dat scholen zich daar wel degelijk mee bezighouden. Alleen komt het daar dus kennelijk niet van. Misschien dat de structurele cyclus van curriculumherziening die Curriculum.nu voorstelt, daarin verandering brengt. Dan zou nadenken over curriculum en onderwijsvisie standaard worden in plaats van een incidentele activiteit.

 

 



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
CAPTCHA Image
Nog geen reacties geplaatst

Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.