Nieuws

Nieuwsbrieven20202019 20182017     
 FebruariFebruariFebruariFebruari     
  MeiMeiMei     
  AugustusSeptemberAugustus     
  NovemberNovemberNovember     


dinsdag 11 februari 2020

Leestip

Passend onderwijs: na vijf jaar nog steeds in de steigers …

Klaas Pit

Voor mij op tafel liggen twee recent verschenen boeken over passend onderwijs. Ik moet iets overwinnen om te beginnen met lezen. In 2013 en 2014 was ik als procesbegeleider betrokken bij de invoering van passend onderwijs VO in een aantal regio’s met een hoge negatieve verevening. Al snel bekroop me destijds het gevoel of we wel de juiste weg opgingen met passend onderwijs. Bij de bestuurders met wie ik vooral had te maken, overheerste een houding van ‘we zetten ons ervoor in, maar eerder omdat het moet dan omdat we het zo graag willen’. Grotendeels gold dat ook voor de overige betrokkenen, met dit verschil dat velen van hen (ambulante begeleiders, docenten, orthopedagogen e.a.) zich vanaf het begin afvroegen of passend onderwijs nu wel een verbetering was voor de leerlingen met wie zij werkten. Ik liep steeds vaker tegen de vraag aan waar ik nu eigenlijk mee bezig was: heel veel tijd (zo niet alle) ging zitten in het inrichten en optuigen van een organisatie waarbinnen straks passend onderwijs vorm moest worden gegeven. Het was dus vooral de systeemwereld die (alle) aandacht kreeg: ervoor zorgen dat de organisatie op tijd (voor 1 augustus 2014) goed stond. Er was mede daardoor maar weinig ruimte voor de vraag hoe de inhoudelijke ambitie van passend onderwijs in de dagelijkse onderwijspraktijk kon worden gerealiseerd. De (bureaucratische) inrichting verdrong de gesprekken over de inhoud: als het maar eenmaal goed geregeld is, dan komt de rest vanzelf.

Evaluatie
Van begin af aan bestond er, met andere woorden, een stevige spanning tussen de organisatorische inrichting van passend onderwijs en de dagelijkse praktijk waarin passend onderwijs moest worden vormgegeven. We zijn nu ruim vijf jaar verder en ik hoop in beide boeken te lezen dat het toch nog allemaal nog goed is gekomen met passend onderwijs, ondanks de verontrustende onderzoeken die onlangs zijn verschenen. Een belangrijke vraag hierbij is natuurlijk wanneer er sprake kan zijn van succes als we het hebben over passend onderwijs.

In de eerste helft van 2020 vindt, in opdracht van OCW, de evaluatie plaats van passend onderwijs. Met het oog hierop hebben de VO-raad en de PO-raad een Inbreng voor de evaluatie van passend onderwijs in 2020 geschreven met daarin zeven speerpunten voor de doorontwikkeling van passend onderwijs en een duidelijke stip op de horizon (= een nieuwe wet funderend onderwijs voor kinderopvang, (speciaal) basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs). De speerpunten vragen onder andere aandacht voor doorontwikkeling binnen de bestaande structuren, samenwerking tussen jeugdhulpverleners en leraren, betrokkenheid en participatie van ouders en leerlingen, maatwerk om thuiszitten te voorkomen, een sobere en doelmatige organisatie van de samenwerkingsverbanden, realisatie van inclusief onderwijs en voldoende garantie voor de basiskwaliteit van het onderwijs. Kortom: aandachtspunten die ook al centraal stonden bij de invoering van passend onderwijs op 1 augustus 2014.

Het gaat hier om twee perspectieven die van begin af aan op gespannen voet hebben gestaan. Voor zover ik dat vanaf een afstand heb gevolgd is deze spanning blijven bestaan. De vraag is of dit een constructieve spanning is of een belemmerende.

Blijvend spanningsveld
Dan nu de beide boeken. Deze kunnen geplaatst worden in de het spanningsveld zoals hiervoor geschetst: de organisatie tegenover de dagelijkse praktijk. Het eerste boek, Kloof tussen mens en systeem? Vijf jaar passend en nu verder, is geschreven door Marieke Dekkers en Nicole Teeuwen. Beiden zijn destijds betrokken geweest bij de voorbereiding van passend onderwijs en nu respectievelijk lid van het College van Bestuur van Koers VO in Rotterdam en voorzitter van de Sectorraad Praktijkonderwijs. Zij vertegenwoordigen dus vooral wereld van de organisatorische inrichting. Het tweede boek, Wat nu passend onderwijs?! 4 pijlers ter versterking van het fundament, is van Simone Sarphatie, orthopedagoog en pionier in passend onderwijs; zij werkt al ruim 20 jaar aan het ontwikkelen en begeleiden van onderwijsarrangementen. Sarphatie heeft de invoering van passend onderwijs beleefd vanuit de dagelijkse praktijk. Dit verschil in persoonlijke betrokkenheid met de invoering van passend onderwijs heeft twee heel verschillende boeken opgeleverd.

In Kloof tussen mens en systeem? spreken de auteurs over een kloof tussen het systeem en de mensen voor wie het systeem is bedoeld of die het moeten uitvoeren, dus tussen het systeem en de dagelijkse praktijk. In de eerste twee (lange) hoofdstukken gaan de auteurs gedetailleerd, verhelderend en overzichtelijk in op het systeem: de voorbereidingen op de invoering van passend onderwijs (2005 – 2012) en de invoering van passend onderwijs (2014 – heden). In de twee daaropvolgende hoofdstukken komt de praktijk aan de orde: de beleving van ouders, leraren en schoolleiders en het thema samenwerken. De vier hoofdstukken krijgen extra kleur en inhoud door de negen interviews met direct betrokkenen (vertegenwoordigd zijn o.a. overheid, inspectie, samenwerkingsverbanden en onderwijsorganisaties).

 

 

Wat nu passend onderwijs?! is een werkboek voor iedereen die in de dagelijks praktijk met leerlingen werkt (de onderwijsprofessionals). Het boek presenteert een gestructureerde manier van kijken naar onderwijsarrangementen (een specialiteit van de auteur) waarbij het hele ontwikkelproces aan de orde komt. Deze aanpak geeft zij de naam Aanpak Fundament Onderwijsarrangement mee, ofwel de aanpak. (terzijde: Sarphatie wil weliswaar geen nieuwe afkortingen toevoegen, maar presenteert even later wel VAAK - Vaardigheden, Attitude, Affiniteit en Kennis - als het gewenste handelingsrepertoire van de onderwijsprofessional). Sarphatie beschrijft de pijlers van de door haar gepresenteerde aanpak gedetailleerd en toegankelijk vanuit de dagelijkse praktijk en ondersteunt dit met online trainingsmodules, scan- en monitoronderzoek, links en downloads en door haar verzorgde begeleidingstrajecten. Hiermee wordt de indruk gewekt dat het boek in de eerste plaats een advertorial is voor de adviespraktijk van de auteur. Maar dat is het niet (in de eerste plaats). Aan de hand van een stapsgewijze uitleg neemt zij de lezer mee in hoe je op een verantwoorde en gestructureerde manier een onderwijsarrangement opstelt. Hiervoor onderscheidt zij vier pijlers die het fundament van het onderwijsarrangement versterken: visie, doelgroep, planning en communicatie. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een beperkt aantal reflectievragen, die de organisatie kunnen helpen in het beoordelen van waar de organisatie nu staat met betrekking tot de basisondersteuning en de extra ondersteuning.

 

Betrokkenheid professionals
Ik ben niet bekwaam om een inhoudelijk oordeel te geven over de kwaliteit van de door Sarphatie gepresenteerde aanpak; dat laat ik graag over aan de onderwijsprofessionals. Maar het boek heeft mij nogmaals duidelijk gemaakt hoezeer we bij de invoering van passend onderwijs de praktische consequenties te weinig aandacht hebben gegeven. Sarphatie laat op een overtuigende wijze zien op hoeveel niveaus je moet werken om de begeleiding verantwoord in te richten en vorm te geven, welke expertise dit vraagt en hoe je daarover intern en extern communiceert. Sarphatie ziet dan ook als de belangrijkste oorzaak voor het niet goed functioneren van passend onderwijs het niet tijdig meenemen van de onderwijsprofessionals in de ontwerpfase van passend onderwijs en het achterwege blijven van een planmatige aanpak voor deskundigheidsbevordering. Het mag dan ook niet verbazen dat zij voor de verbeterfase van passend onderwijs aandacht vraagt voor de doorontwikkeling van het onderwijsarrangement volgens de door haar uitgewerkte aanpak. Deze aanpak en de daarin geïntegreerde deskundigheidsbevordering zijn voor haar van doorslaggevend belang om van passend onderwijs alsnog een succes te maken: weet je uiteindelijk van het ondersteuningsaanbod een succes te maken, dan wordt passend onderwijs ook succesvol. Zowel op het niveau van de leerling, de schoolorganisatie als de regio. Vooral als je er uiteindelijk in slaagt om tot integrale arrangementen te komen, waarin de samenwerking is geborgd tussen onderwijs en jeugdzorg of andere partners die een bijdrage kunnen leveren.

Wicked problem
Zo eenvoudig is het volgens Dekker en Teeuwen niet. Net als Sarphatie geven zij aan dat het nu (hoog) tijd is voor groot onderhoud (investeren in verbeteren in plaats van in het ontwerpen van weer een nieuw stelsel), maar daarvoor is meer nodig dan investeren in een verbeterde aanpak van de ondersteuning. Zij komen tot de conclusie dat er na ruim vijf jaar een (te) grote kloof bestaat tussen de belevingswereld van ouders en leraren enerzijds en de systeemwereld waarin de partijen opereren die voor een passende plek voor het kind moeten zorgen anderzijds. Daarin delen Dekker, Teeuwen en Sarphatie dezelfde opvatting. Dekker en Teeuwen zoeken echter verder en geven ook andere oorzaken voor het niet goed functioneren van passend onderwijs en pleiten voor een gedifferentieerder aanpak van het vraagstuk. De kloof tussen systeem en beleving/ervaring kent volgens Dekker en Teeuwen drie oorzaken. Ik vat ze hier kort samen:

  1. passend onderwijs is een ‘kruipend concept’ geworden: gaandeweg kwam er steeds meer bij of wijzigde het beleid, waardoor passend onderwijs van een redelijk overzichtelijk vraagstuk een wicked problem is geworden;
  2. er is onderweg onvoldoende snel bijgestuurd, waardoor het te lang heeft geduurd tot de betrokken partijen elkaar wisten te vinden;
  3. het systeem rust op de pijlers vertrouwen en solidariteit op verschillende niveaus (onder andere op bestuurlijk niveau, het niveau van de school en tussen de scholen onderling en het niveau van de ouders onderling), maar, zo weten we al heel lang, vertrouwen en solidariteit regel je niet zo maar even.

Vervolgens komen zij met een serie aanbevelingen op centraal niveau (de overheid) en decentraal niveau (de samenwerkingsverbanden, schoolbesturen en gemeenten). Van de overheid wordt vooral duidelijkheid gevraagd over wat passend onderwijs nu wel of niet is en over de resultaten die nagestreefd moeten worden. Daarnaast pleiten de beide auteurs ook voor vroegtijdige budgettaire duidelijkheid, zodat de middelen tijdig en doelmatig kunnen worden ingezet. Van de bestuurders wordt op samenwerkingsverbandniveau vooral bestuurlijke ambitie en lef op inhoud gevraagd. Ook onderstrepen zij, net als Sarphatie, het belang van de organisatie van de ondersteuning op school- en samenwerkingsverbandniveau ter ondersteuning van de leraar, de leerling en de ouders.

En zo laten de beide boeken vooral zien dat de aandacht nu moet uitgaan naar precies die onderdelen, waarvoor ook bij de invoering van passend onderwijs aandacht werd gevraagd. Zie wat dat betreft ook de brief van de PO-raad en de VO-raad, die aan het begin van deze bespreking is aangehaald. Dat is zo op het eerste gezicht weinig bemoedigend en bevestigt mijn bange vermoedens van ruim vijf jaar geleden. Toch laten de beide boeken ook zien dat er wel het een en ander is gebeurd dat de moeite waard is om op voort te bouwen, zoals een betere organisatie van de samenwerkingsverbanden, minder loketten, de zorgplicht, meer contact tussen professionals en meer aandacht voor onderwijsarrangementen. Wat beide boeken ook laten zien is dat er geen echt alternatief is: alles is beter dan het hele systeem maar weer op de schop nemen.

Blijvende vragen
Met veel waardering voor de beide hier besproken boeken, blijf ik zitten met de vragen die ik ruim vijf jaar geleden ook had, waarvan de belangrijkste (kan een systeem waarvoor zoveel geregeld en verrekend moet worden wel werken voor leerlingen, ouders, leraren en begeleiders) voor mij onbeantwoord is gebleven. Wel hebben beide boeken mij gesterkt in het geven van het voordeel van de twijfel dat het wellicht toch nog kan gaan werken: beide boeken geven daarvoor praktische, uitdagende en uitvoerbare aanbevelingen.

 

Marieke Dekkers & Nicole Teeuwen (2019). Kloof tussen mens en systeem? Vijf jaar passend onderwijs en nu verder. Amsterdam: B&T

Simone Sarphatie (2019). Wat nou passend onderwijs?! 4 pijlers ter versterking van het fundament. Meppel: Ten Brink Uitgevers



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
CAPTCHA Image
Nog geen reacties geplaatst

Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.