Nieuws

donderdag 24 augustus 2017

Vooruitblik op DNM 4.3

Arie Olthof

“We leven in een tijdperk waarin leiderschap op basis van command & control steeds meer plaatsmaakt voor leiderschap vanuit vertrouwen en verbinding.” Aldus Robert Mentink in het artikel over moreel leiderschap in DNM 4.3, dat 26 september verschijnt. Het is een beetje een sweeping statement, maar als het gaat om de richting waarin het leiderschap zich ontwikkelt, dan zal Mentink wel gelijk hebben; bovendien is het op zijn minst een aansprekend perspectief.

Waar staat het onderwijs in die beweging, is vervolgens de vraag: kenmerkt het leiderschap in scholen zich door vertrouwen en verbinding, of geven macht en positie nogal altijd de doorslag? Een actuele vraag, omdat in scholen voor po, vo en mbo besturen met leraren afspraken moeten maken over de wijze waarop de zeggenschap van leraren wordt georganiseerd. Deze wettelijke verplichting is een onderdeel van het wetsvoorstel over het lerarenregister, dat sinds deze zomer van kracht is. De uitleg op de site van de Onderwijscoöperatie maakt duidelijk dat het allemaal best ingewikkeld is:

“Het betekent dat je als leraar van je bestuur en schoolleiding voldoende zeggenschap over de invulling van je werk moet krijgen om dit goed te kunnen doen, binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van je school. Op school maak je afspraken over de afstemming van deze professionele ruimte van jou en je collega’s en het schoolbeleid. […] Je schoolbestuur blijft eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs, voor het functioneren van de school en voor het personeelsbeleid. Met de Wet Beroep Leraar en het Lerarenregister is het schoolbestuur nu verplicht om bij het opstellen en uitvoeren van dit beleid rekening te houden met de basisprincipes van goed leraarschap die onderdeel zijn van een professionele standaard van leraren en met leraren afspraken te maken om ieders verantwoordelijkheid goed te regelen.”

Hoe kom je binnen de school tot afspraken over de zeggenschap? Adviesbureaus en belangenorganisaties zullen scholen ongetwijfeld te hulp schieten met studiedagen en instrumenten (kruisjeslijsten!). Vast nuttig, maar weinig duurzaam als de onderliggende vraag niet expliciet aan de orde komt: vertrouwen wij elkaar? Hoe kijken we als bestuur bijvoorbeeld naar leraren: zien we hen als te managen productiefactoren, of als hoogwaardige professionals die volop de ruimte moeten krijgen? Die vraag is ook aan de orde bij de vormgeving van strategisch human resources management (shrm) een thema dat de laatste jaren volop in de belangstelling staat van schoolleiders en -bestuurders. Daar waar binnen integraal personeelsbeleid, de jaren ’90 voorloper van shrm, leraren vooral werden gezien als te managen productiefactoren, wordt binnen shrm erkend hoe belangrijk het is dat leraren over professionele ruimte beschikken.

Daarmee ligt er een mooie verbinding tussen het focusdeel van DNM 4.3, dat in zijn geheel is gewijd aan (de praktijk van) shrm en het hierboven al genoemde artikel van Mentink in het magazinedeel over moreel leiderschap en het artikel van Reinier Mudde over de verhouding tussen zeggenschap en medezeggenschap.

Verder in het magazinedeel een artikel van practor Chris Holman over burgerschapsonderwijs in het mbo; Sietske Waslander heeft het daar ook over in de rubriek Bestuur Beleid Beschouwing en brengt het in verband met het vraagstuk van kansengelijkheid. Pieter Leenheer en Henny Morshuis schetsen in hun artikel hoe scholen proberen een eigen gezicht aan het havo te geven: van atheneum-light naar voorbereidend hbo.



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
CAPTCHA Image
Nog geen reacties geplaatst
Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.