Nieuws

donderdag 22 oktober 2015

Het nieuwe vmbo in de Tweede Kamer

Klaas Pit

Deze maand vindt in de Tweede Kamer de behandeling plaats van het wetsvoorstel over de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma's in het vmbo. Na ruim vier jaar voorbereiding wordt daarmee een fase afgesloten, waarin dit vernieuwingsproces met enige regelmaat soms kleine en soms grote verrassingen heeft gebracht. Zo begonnen we met zeven profielen en eindigen we met tien en is het uiteindelijk toch mogelijk geworden om het centraal examen vóór het schoolexamen af te nemen. Na de behandeling in de Tweede (en daarna in de Eerste) Kamer moet nog wel het een en ander verder worden uitgewerkt in zogenaamde “lagere” wet- en regelgeving.

Ondertussen hebben de pilotscholen de eerste ervaringen opgedaan met het nieuwe programma en de nieuwe examens en zijn de andere scholen hard aan het werk om goed voorbereid te kunnen beginnen in 2016 dan wel in 2017. Terugkijkend op deze voorbereidingsfase zijn er, zo is onze ervaring met ruim 60 vmbo-scholen[1], negen kwesties te onderscheiden waar de scholen tegenaan gelopen zijn bij de vertaling van het examenprogramma naar een onderwijsprogramma, dat past bij de eigen school.

Hieronder geven we eerst kort een overzicht om welke kwesties het gaat; daarna gaan we op een tweetal (de aansluiting op de regio respectievelijk het mbo) wat nader in.

Programmaontwerp:  vanuit welk ontwerp wordt de vertaling gemaakt naar een schooleigen onderwijsprogramma? De ene school geeft de voorkeur aan  geïntegreerd en lineair (arrangementen van keuzevakken aangeboden in realistische projecten) en de andere aan modulair en flexibel (modulen en keuzevakken worden aangeboden in een flexibele, samenhangende structuur waarin de leerlingen een eigen route kunnen volgen).

Programmaontwikkeling: is het programma vooral als eenheid opgebouwd vanuit het profiel of veel meer vanuit het perspectief van de leerling?

Loopbaanleren: is het loopbaanleren opgezet als een aparte leerlijn, of als een geïntegreerd onderdeel van het nieuwe beroepsgerichte programma? 

Verbinding met de AVO-vakken: integratie van de AVO-vakken is vaak niet aan de orde, maar meer of minder afstemming tussen de AVO-vakken en de nieuwe beroepsgerichte vakken staat wel prominent op de agenda.

Verbinding met de GL (en niet zelden met de TL):is er sprake van niveaudifferentiatie (verdieping van het profiel) of van inhoudsdifferentiatie (andere keuzevakken)?

Aansluiting mbo: kiest de school voor doorlopende leerlijnen (bijvoorbeeld de vakmanschapsroute) of voor modulaire aansluiting (het mbo bouwt verder waar de leerling in het vmbo is gebleven)?

Aansluiting regio: ligt het accent op vakmanschap, aansluitend bij de regionale arbeidsmarkt (vakvaardigheden staan centraal), of meer op levenslang leren (algemene competenties krijgen meer aandacht)?

Organisatie: traditioneel (in het rooster vallen programma, tijd, groep en docent één op één samen) of flexibel (op één of meer variabelen wordt in het rooster ruimte gecreëerd om het programma flexibel in te vullen)?

Implementatie: op de ene school ontwerpt, ontwikkelt en implementeert een kleine ontwikkelgroep en op de andere school doet iedereen mee en zijn de rollen en werkzaamheden over velen verdeeld).

In deze korte inventarisatie en toelichting zijn een meer respectievelijk mindere flexibele invulling naast elkaar gezet. Beide sluiten elkaar echter lang niet altijd uit en tussen beide zijn vele varianten denkbaar.

En dan tenslotte de twee kwesties waaraan we wat nadere aandacht willen schenken: namelijk de aansluiting op de regio en die op het mbo.

Aansluiting op de regio

Op veel scholen wordt het aanbod van de keuzevakken deels bepaald door het karakter van de regio. De aanwezigheid van een (lucht)haven, een omgeving waarin de recreatieve sector sterk vertegenwoordigd is, of een sterke binding met de industriële omgeving leiden niet alleen tot andere keuzes, maar zorgen er ook voor dat dezelfde keuzevakken op de scholen een verschillende regionale inkleuring krijgen. Er zijn echter ook nogal wat regio’s waar een heel ander fenomeen het keuzeproces bepaalt, namelijk de krimp. Zo langzamerhand kennen we de nodige regio’s waar demografische krimp hard toeslaat: 15 tot wel 30 procent in de komende tien jaar. In deze krimpgebieden gaat het vooral over de vraag hoe je daar het beroepsonderwijs de komende jaren op een verantwoorde manier overeind houdt. Een bestuur is eerder geneigd op het vmbo een opleiding in bijvoorbeeld het domein techniek te sluiten (of niet aan te gaan bieden) dan te stoppen met het vak Frans op het havo. Alleen vanuit financiële overwegingen. In de krimpgebieden zien we dan ook een kansrijke beweging op gang komen waarin de besturen samen - over de grenzen van hun eigen school - kijken naar de mogelijkheden om beroepsonderwijs in de regio overeind te houden. Een mooi voorbeeld van maatschappelijk verantwoord en regionaal besturen. Juist in deze krimpgebieden zien we trouwens ook de samenwerking tussen het vmbo en mbo sterker worden.

Aansluiting op het mbo

Het mbo start, net als het vmbo, in augustus 2016 met een vernieuwd aanbod. Dit is een uitgelezen kans om de samenwerking (aansluiting) tussen het vmbo en het mbo krachtiger neer te zetten en het vierde leerjaar in het vmbo sterker te verbinden met het eerste leerjaar in het mbo. Niet alleen in de krimpgebieden, maar overal. Her en der wordt ook hard gewerkt aan deze aansluiting tussen het vmbo en het mbo, maar het kan beter.

Nu alweer ruim anderhalf jaar geleden, in maart 2014, was het Focusgedeelte van De Nieuwe Meso gewijd aan het nieuwe vmbo. In vijf bijdragen werd in DNM 1.1. het vmbo geschetst in het licht van zijn ontstaan en betekenis, maar vooral met het oog op de invoering van de nieuwe profielstructuur in 2016. In één van deze vijf bijdragen ging Anneke Westerhuis in op de (nog steeds) actuele vraag naar de aansluiting van de nieuwe beroepsgerichte programma’s op het vervolgonderwijs en de beroepspraktijk.

Download gratis het themanummer VMBO: https://www.professioneelbegeleiden.nl/vmbo-volledige-uitgave-19-artikelen 

[1] 
BMC Advies en Diephuis & Van Kasteren hebben tussen 2012 en 2015 ruim 60 scholen intensief begeleid bij de voorbereiding op het nieuwe vmbo. Naar aanleiding van de ervaringen die zij hierbij hebben opgedaan, hebben zij de negen kwesties in beeld gebracht.

 

 



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
CAPTCHA Image
Nog geen reacties geplaatst
Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.