Archief

 

Nieuwsbrieven

                                    2021    20202019 20182017
 Februari    FebruariFebruariFebruariFebruari
 MeiMeiMeiMeiMei
  September    Augustus  September  Augustus    
  NovemberNovember  November   November    

 

 

Zoek en vind een uitgave

Trefwoord:
Jaargang:

Pagina:1|2|3|

2020: Leiderschap in tijden van corona

December 2020

Auteur: De redactie

Ongetwijfeld zal 2020 de geschiedenisboeken ingaan als het jaar waarin het coronavirus de wereld in zijn greep hield. Het virus raakte niet alleen de gezondheid, maar zo goed als alle sectoren van de samenleving. Ook het onderwijs. Voor de zomervakantie gingen de scholen zelfs voor een langere periode dicht en werd het onderwijs digitaal aangeboden. In dit nummer van DNM is de Focus geheel gewijd aan corona en het onderwijs. Onze redacteuren Pieter Leenheer en Gerritjan van Luin hebben er samen met een aantal bestuurders, schoolleiders, leraren en adviseurs een extra dikke, en vooral boeiende, Focus over gemaakt.

Download deze uitgave


2020: PUBLIEK VERSUS PRIVAAT

September 2020

Auteur: De redactie

Met het verschijnen van deze De Nieuwe Meso is het nieuwe schooljaar voor het primair en voortgezet onderwijs weer begonnen en wordt ook in het mbo de draad weer opgepakt. In de redactionele bijdrage in het vorige nummer hebben we al aandacht besteed aan deze bijzondere tijden en de (nieuwe) ervaringen die we opdoen in het onderwijs. In het decembernummer is het Focusdeel geheel gewijd aan de betekenis van de ervaringen die we in deze bijzondere periode opdoen in het onderwijs. In het magazinedeel van dit nummer vinden we allereerst twee bijdragen waarin aandacht wordt gevraagd voor het werken met en in teams. Ben van der Hilst gaat uitdagend in op de vraag hoe het werken met teams de kwaliteit van de onderwijsorganisatie kan versterken. Volgens Van der Hilst zijn scholen te typeren als ‘sturingszwakke’ organisaties, wat verklaart dat acties die verbeteringen beogen moeizaam verlopen en niet of maar matig tot kwaliteitsverbetering leiden. In haar bijdrage belicht Mieke Koeslag-Kreunen drie inzichten uit haar onderzoek voor het werken in teams. Achtereenvolgens gaat ze in op teamleren als de sleutel voor onderwijsontwikkeling, een gedeelde taakontwikkeling als voorwaarde voor teamleren en de betekenis van collectief leiderschap. Inge Geurts verkent in haar bijdrage het leidinggeven aan differentiatie naar aanleiding van de ontwikkelingen op haar school in Velp. Ook daar bleek het realiseren van differentiatie in de klas een moeizaam proces met aanvankelijk weinig resultaat.

Download deze uitgave


2020: Onderwijs en ICT

Juni 2020

Auteur:

Uitspraken over hoe ‘de wereld na corona’ eruit zal zien, zijn hoogst speculatief en doordrenkt van wensdenken – nog los nog van de vraag of en wanneer we kunnen spreken van een wereld na corona. Ook de betekenis van de coronacrisis voor het onderwijs in scholen laat zich lastig inschatten. Weliswaar hebben scholen door de noodzaak van de abrupte sluiting voor fysiek onderwijs op uiteenlopende manieren afstandsonderwijs vorm gegeven, maar wat daarvan zal overblijven als die noodzaak wegvalt, valt nog te bezien. Onder druk wordt alles vloeibaar, maar vloeit het straks weer terug naar zoals het was, of krijgen we een nieuwe stolling? Ruimte voor dialoog en reflectie hierover is er nauwelijks; enerzijds doordat iedereen in het onderwijs de handen vol heeft aan het hier en nu; anderzijds ook doordat we in het onderwijs niet erg goed zijn in een toekomstgerichte dialoog ten behoeve van collectieve actie. Tegelijkertijd zou het een gemiste kans zijn als we niet proberen een aantal lessen te trekken uit deze unieke periode. We willen dit graag faciliteren en hebben het focusdeel van het decembernummer van De Nieuwe Meso hiervoor gereserveerd. Hoe dat er dan gaat uitzien, weten we nu nog niet, maar mocht je daar op een of andere manier aan bij willen dragen, neem dan contact op via redactie@denieuwemeso.nl. Onze tip: houd alvast wel een logboek bij met ervaringen, waarnemingen en reflecties, als waardevolle bron om straks in het najaar te kunnen gaan bijdragen.

Download deze uitgave


2020: Gelijke Kansen in het Onderwijs

Maart 2020

Auteur:

Onderwijs2032 dreigde te verzanden en werd opgevolgd door Curriculum.nu, dat ondertussen ook in de grindbak lijkt te zijn gestrand. Het toont maar aan hoe lastig het is om binnen het Nederlandse onderwijsbestel vernieuwing van de grond te krijgen. Succesvolle verandering lijkt dan toch vooral van schoolleiders te moeten komen, die voorwaarden weten te creëren zodat teams stappen kunnen zetten. Zie bijvoorbeeld in het magazinedeel het artikel van Marjolijn Voogel over de rol van schoolleiders bij curriculumontwikkeling en het artikel van Eva Voncken c.s. over de vernieuwing van de beroepsgerichte programma’s in het vmbo. Lastiger wordt het als vernieuwingen een fundamenteel karakter hebben en het bestel betreffen. De recente voorstellen van een coalitie van onderwijsorganisaties onder de noemer Toekomst van ons onderwijs vallen in deze categorie (zie https://toekomstvanonsonderwijs.nl/bestand/). Deze coalitie hoopt dat, via de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen, hun voorstellen in het regeerakkoord van het volgende kabinet zullen belanden. Het uitgangspunt dat als je iets gedaan wilt krijgen, het belangrijk is dat het in het regeerakkoord komt te staan, klopt. Maar of het lukt om via deze route bovenlangs, onderwijsverandering te agenderen, valt nog te bezien. De totstandkoming van verkiezingsprogramma’s en regeerakkoorden kennen immers een eigen dynamiek. Wat qua agendering wel goed werkt, is als de Inspectie van het Onderwijs in de jaarlijkse Staat van het Onderwijs de noodklok luidt rond een specifiek thema. Dit gebeurde bijvoorbeeld enige jaren geleden toen de inspectie liet zien dat er in het onderwijs sprake was van toenemende kansenongelijkheid....

Download deze uitgave


2019: Onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk

December 2019

Auteur:

Eerder dit jaar verscheen De kracht van niet-weten. In dit boek beschrijft Louis Steeman wat volgens hem de essenties zijn van ontwikkelingsgericht organiseren. Op twee plaatsen in het magazinedeel besteden we er aandacht aan: Hans van Dijck schrijft erover in zijn de rubriekHoe zit het met, en Jolanda Botke wijdt er in de boekenrubriek een uitgebreide recensie aan. Ogenschijnlijk wisten zij niet dat ze allebei over de kracht van niet-weten wilden schrijven. En dat in een nummer van De Nieuwe Meso waarin het focusdeel juist gaat over kennis en over de vraag wat er nodig is om vruchtbare samenwerking te bevorderen tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk. O ironie. Overigens zul je als de lezer van dit nummer gaandeweg merken dat de aandacht voor het niet-weten enerzijds en die voor onderzoeksmatige kennis in de onderwijspraktijk elkaar niet per se bijten; sterker nog, er is een raakvlak tussen beide. Dat raakvlak is ruimte; ruimte die volgens Steeman een voorwaarde is voor ontwikkelingsgericht onderwijs; ruimte die volgens meerdere auteurs in het focusdeel nodig is om onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk meer op elkaar te betrekken om zo onderwijs meer evidence informed te maken. Een van de hardnekkige problemen in het onderwijs is de werkdruk die veel docenten ervaren, zoals dat tijdens de recente acties andermaal over het voetlicht is gebracht. Eigenlijk gaat het dan ook over ruimte en vooral het ontbreken daarvan. Natuurlijk zijn hogere salarissen nodig, maar kijk je de actievoerders in hun hart, dan zul je bij de meesten zien dat ze vooral meer ruimte willen om te kunnen doen wat er volgens hen echt toe doet.

Download deze uitgave


2019: Het MBO schakelt door

September 2019

Auteur:

Met gemengde gevoelens kijken we vanuit Nederland naar het Brexit-drama: emoties als verbazing, leedvermaak, maar vooral bezorgdheid wisselen elkaar in hoog tempo af. Dit is wat er gebeurd als democratie wordt verengd tot uitvoering geven aan de wil van de meerderheid, zonder aandacht te besteden aan wat de minderheid wil. Natuurlijk moeten er knopen worden doorgehakt, waarbij de wil van de meerderheid richtinggevend zal zijn, maar als de minderheid daar niet goed in wordt meegenomen, dan is dat een recept voor rancune. Hoe kunnen meningen en gevoelens van de minderheid – die in het geval van de Brexit behoorlijk groot is, maar dit terzijde – ook een goede plek krijgen in besluitvormingsprocessen? Die vraag speelt niet alleen op landelijk, politiek niveau, maar in alle situaties waar mensen met elkaar samenwerken, dus ook in het onderwijs. Deep democracy zou zo maar een manier van (samen)werken kunnen zijn, die daarbij behulpzaam is. In het openingsartikel schetst Frank Weijers wat de essentie van Deep Democracy is en hoe die werkwijze ervoor kan zorgen dat “het allerbeste besluit” wordt genomen. In het onderwijs hebben we het graag over het verkrijgen van draagvlak, maar in de praktijk komt dat er vaak op neer dat mensen met harde dan wel zachte hand worden verleid in te stemmen met plannen die elders – lees: aan de top - zijn bedacht. Deep Democracy daarentegen benut de denkkracht van iedereen, van meet af aan.

Download deze uitgave


2019: Professionele Cultuur

Juni 2019

Auteur:

Wij verwelkomen Jolanda Botke (opleidingsmanager NSO-CNA), Sietske Hendriks (bestuurssecretaris SCO Leiden), Wouter Jacobs (adviseur bij CINOP), Ankie Pijnenburg (adviseur bij Leeuwendaal) en Leezan van Wijk (directeur van Schoolleidersregister VO). Na de zomer sluit ook Margriet van der Sluis (assistant professor bij TIAS) aan bij de redactie. Met deze nieuwe redactieleden is niet alleen de gemiddelde leeftijd fors gedaald, maar zijn ook het primair onderwijs en het beroepsonderwijs beter vertegenwoordigd. Tevens hebben we hiermee de band met wetenschap, opleiding en praktijkonderzoek verstevigd. Daarnaast prijzen we ons bijzonder gelukkig dat Edith Hooge haar bijdrage blijft leveren aan De Nieuwe Meso, ook nu ze voorzitter is geworden van de Onderwijsraad. In de rubriek Bestuur Beleid Beschouwing start Edith Hooge in dit nummer een drieluik over lessen voor succesvol onderwijsbeleid. In de eerste bijdrage gaat het over de relatie tussen het onderwijsbeleid en de context waarin je beleid wilt realiseren.

Download deze uitgave


2019: Autonomie en sturing over de grenzen

Maart 2019

Auteur:

Een verblijf buiten de landsgrenzen kan ertoe leiden dat je beter zicht krijgt op de eigenaardigheden van je vaderland en, sterker nog, dat je die eigenaardigheden bij nader inzien eigenlijk wel waardeert. Dat kan ook het effect zijn van de uitstapjes naar het buitenland in het focusdeel: als je ze leest, ben je in eerste instantie blij dat al te rigoureuze ingrepen van de overheid in het onderwijsstelsel ons doorgaans bespaard blijven. We klagen wel over het nationale onderwijsbeleid, maar dan vooral over het ad hoc karakter ervan, de korte tijdshorizon, het hoge politiekewaan- van-de-daggehalte. Lees in dit verband in het magazinedeel het artikel Het Wilhelmus voorbij van Bram Eidhof. In tweede instantie rijst wel de vraag hoe het komt dat rigoureuze ingrepen die de balans volledig zouden verstoren, ons bespaard blijven. De oorzaak daarvan moet waarschijnlijk worden gezocht in de Nederlandse polder: meer of minder doldrieste ideeën en initiatieven lopen vast in de klei van het overbezette maatschappelijke middenveld. Dat inzicht dempt de oorspronkelijke blijheid: het beweegt weliswaar in ieder geval niet helemaal de verkeerde kant op, maar ook niet de goede. Eigenlijk beweegt het helemaal niet en blijven netelige kwesties – toenemende kansenongelijkheid; uitblijvende modernisering van het curriculum, om er maar twee te noemen – ons achtervolgen. Om de impasse(s) te doorbreken, zou het zeker helpen als leraren een sterke beroepsgroep vormen, wat nu echter niet het geval is. In de vorige DNM stonden we uitgebreid stil bij dit thema, en in het magazinedeel komen DNM-redacteuren Gerritjan van Luin en Pieter Leenheer er naar aanleiding van een aantal recente publicaties op terug. Het aansluitende artikel van René Kneyber en Jan van de Ven laat zien dat er in de afgelopen jaren wel iets van een beweging richting een sterkere beroepsgroep is ingezet.

Download deze uitgave


2018: Governance

Maart 2018

Auteur:

Aan het begin van het schooljaar 2010-2011 werd de Wet goed onderwijs, goed bestuur (Staatsblad 2010, nrs. 80 en 282) van kracht. Waar het leiderschap van schoolorganisaties decennialang in handen was van directeuren en een vrijwilligersbestuur,b is met deze wet een bestuursmodel dat in het bedrijfsleven gebruikelijk was, het onderwijs binnengekomen. Inmiddels zijn we zo’n zeven jaar verder en leek het ons een goed moment in beeld te brengen, hoe het werkt in de praktijk: wat gaat er goed en waardoor dan wel? Welke problemen doen zich voor? Wat betekent trouwens ‘toezicht houden’ precies? En hoe blijven bestuur en toezicht bij elkaar betrokken zonder op elkaars stoel te zitten? Namens wie wordt er eigenlijk toezicht gehouden? Moeten we eigenlijk wel aan die inmiddels vanzelfsprekende combinatie van bestuur en toezicht vasthouden?

Download deze uitgave


2018: Onderzoekscultuur in school en de rol van de schoolleider

Juni 2018

Auteur:

Dit focusdeel gaat over het ontwikkelen van een onderzoekscultuur in de school. De schoolleider heeft hierbij een cruciale rol. In een driejarig project hebben we schoolleiders ondersteund bij de ontwikkeling van een onderzoekscultuur in hun school en dit proces onderzocht. In de hoofdstukken van dit themanummer lichten we de verschillende aspecten toe. Naast de resultaten van het project zijn instrumenten, tools en good practices opgenomen. In de leeswijzer hieronder is beschreven welke thema’s in welke hoofdstukken beschreven worden.

Referenties uit deze uitgave

Download deze uitgave


2018: Advies in het onderwijs

September 2018

Auteur:

“Je gaat pas zien als je het doorhebt”. Die uitspraak van Cruijff vormde de titel van het boek van Pieter Winsemius over de wijsheden van Cruijff en de lessen daaruit over leiderschap. Het had ook het motto kunnen zijn van het Focusdeel van dit nummer van De Nieuwe Meso, dat gaat over organisatieadvies in het onderwijs.

Download deze uitgave


2018: De leraar en zijn beroep

December 2018

Auteur:

In de afgelopen jaren is vaker geconstateerd dat de leraar verdwenen is uit de nationale onderwijsdialoog. In de wirwar van netwerken tussen ministerie en klas waarin over onderwijs overlegd wordt, kom je de leraar nauwelijks tegen. Hooguit indirect, via een enkele zaakwaarnemer, die overigens meestal slechts voor een bepaald deelbelang opkomt. De voornaamste oorzaak hiervan is dat leraren niet over een sterke beroepsorganisatie beschikken. Ook dat is echter geen nieuwe constatering. De Commissie Toekomst Leraarschap (CTL), ingesteld toen eind tachtiger jaren het beroep van leraar er beroerd voor stond, wees er al in 1993 op dat veel problemen te wijten waren aan het feit dat één gezichtsbepalende beroepsvereniging voor leraren ontbrak (CTL, 1993). Nu, 25 jaar later, is die ene beroepsorganisatie er nog steeds niet. In dit focusdeel proberen we in kaart te brengen hoe dat komt en wat de kansen zijn om zo’n organisatie wel van de grond te krijgen.

Download deze uitgave


Pagina:1|2|3|

 

Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.